Het is bijna maart en dus bijna april, en dus best al wel bijna 20 april, wanneer Bakfietsblues hopelijk door het hele land in kolossale stapels in de winkels zal liggen, zo dik dat het zicht op Dr. Frank en Dan Brown en Stieg Larsson ontnomen wordt (soms droom ik graag een beetje).
Dat betekent dat er langzaamaan dingen gebeuren. Met pers en promotie en andere snode plannen - en ik mag 9 maart met een heus kaartje naar binnen op het Boekenbal, waar ik naast Harry M. op het trapje zal gaan zitten en hem op zijn schouder zal slaan en 'héé, Harry, Harryyyy, Harrytjeee' zal roepen en daarna op de vuist zal gaan met Beau van Erven Dorens (soms fantaseer ik graag een beetje) (niet dat ik iets tegen Beau van Erven Dorens heb trouwens, maar een relletje met Beau hoort er voor mijn gevoel gewoon bij).
Anyway, langzaamaan gebeuren er dingen. Daarom kun je je nog steeds helemaal gratis en voor niets inschrijven voor de onregelmatig verschijnende Maaike Schutten Monthly, want het zou zomaar kunnen dat er binnenkort eentje verstuurd wordt. Met een voorpublicatie, of zoiets. Een mailtje met 'Kom maar door' en het is geregeld.
We moesten op cursus. Ik dacht zelf aan een cursus Hoe Krijgen We Een Project Fatsoenlijk Van De Grond, of Een Concept Ontwikkelen, Ook Een Vak, maar in plaats daarvan gingen we ons storten op de Positiviteit.
De cursus werd gegeven door een positiviteitscoach, die kantoor hield op een industrieterrein in Almere. Voor een stukje inspirerend contextgebeuren, zeg maar. We begonnen met het positiviteitsprisma, want het ging allemaal om positieve energie, zo vertelde de cursusleidster. Als je je ergert aan een collega, omdat je hem onmenselijk stom vindt bijvoorbeeld, maakt dat negatieve krachten in je los. En dat is dus niet goed voor je. Enter het prisma: een mentale stralingsverbuiger, waardoor je stomme collega plots heel leuk lijkt. En na verloop van tijd zijn je negatieve gevoelens dan - hopla! - verdwenen.
Om het prisma te activeren, moest ik tien positieve eigenschappen van mijn minst favoriete collega opnoemen. Ik zei dat ik vond dat hij heel goed overhemden kon strijken en probeerde uit alle macht nog meer pastelkleurigs naar boven te halen, maar toen dat wat lang duurde, sloeg de cursusleidster haar armen nogal ferm over elkaar. ‘Nou moet ik je écht even feedback geven, hoor,’ zei ze. ‘Het prisma is geen eenrichtingsverkeer, he. Om liefde te ontvangen moet je ook zenden.’ ‘Ja, oké, maar...’ mompelde ik. ‘Ik zie het al, we moeten bij jou bij de bron beginnen. We gaan een oefening doen.’ Ze pakte een papier en legde het voor me op tafel, hoewel smijten ook geen verkeerd woord was geweest. ‘Formuleer deze volgende zinnen positief. Het glas is niet leeg.’ ‘Euh... het glas is best vol?’ ‘Ik vind je jas niet mooi.’ ‘Ehm... de kleur is apart?’ 'Je bent te laat.' 'Volgende keer misschien ietsje meer op tijd?' De cursusleidster knikte enthousiast. ‘Zíé je nou hoe lekker dat is?’ grijnsde ze. Ik knikte, omdat ik ook niet wist wat ik anders moest doen. Knikken kan nooit kwaad.
Ik vond haar een karaktervolle vrouw, met een uitdagende kantooromgeving en een opmerkelijke blik op de wereld.
Ik las wat berichten over het Opzij Vrouwenboekenbal. En hoewel het me reuze gezellig lijkt (een feest in Panama met ongetwijfeld drank en muziek en en allerhande andere gezelligheid, dat kan niet misgaan) vraag ik me een aantal dingen af.
Begrijp me niet verkeerd: ik ben de voormoeders ontzettend dankbaar voor het feit dat ik mijn leven kan leiden zoals ik dat wil en niet als een Betty Draper hoef te roddelen met de buurvrouwen en dingen in grote schalen hoef te koken, hoewel ik dat laatste nog wel leuk zou vinden. Zo’n enorme stoofschotel bijvoorbeeld, ik zou niet weten hoe dat moet. Of een geroosterd dier, met een appeltje in zijn bek. Maar ik dwaal af.
Het Vrouwenboekenbal. Ik wil niet roepen dat het de duivel is of dat het met pek met veren weg moet. Iets met boeken is altijd leuk en iedere gelegenheid om een jurk en onmogelijke schoenen uit de kast te trekken is een goede, ik vraag me alleen af: waarom? Hebben vrouwen in de boeken het slecht? Goed, het zal vast zo zijn dat er meer literaire prijzen gewonnen worden door mannen, maar als ik door een boekwinkel loop of de bestsellerlijsten bekijk, heb ik niet de indruk dat vrouwelijke schrijvers slecht gelezen worden. Of dat vrouwen niet genoeg lezen.
Misschien willen ze serieuzer genomen worden - of we, moet ik eigenlijk zeggen. In dat geval heb ik nog een vraag. Want helpt het dan om een vrouwenbal te organiseren? Om een literaire stroming voor vrouwen te starten, als je net als mannen behandeld wilt worden? Helpt het om een heleboel vrouwen rond een tafel te zetten als je vindt dat er teveel testosteron op tv is?
Mogelijk wat simpel, maar ik heb altijd gedacht dat als je iets wilt, je geen dekking moet zoeken bij elkaar, maar dat je dat moet doen - of op z’n minst proberen. Wil je belangrijk worden bij iets groots en beursgenoteerds? Doe je best. Wil je dat niet? Dan ga je niet. Wil je minder mannen op tv? Zorg dat je beter wordt dan Jeroen Pauw. Wil je serieus genomen worden? Doe dan je stinkende best om zo goed te worden als je kunt.
Als ik schrijf, ben ik schrijver. Als ik reclame maak, ben ik copywriter. Als ik naar het toilet ga, kies ik de dames. Als ik thuis ben, ben ik moeder, soms een beetje vader. Als ik een nieuw paspoort haal, ben ik V en als ik boodschappen doe, ben ik de pinpas. Of anders gezegd: soms is het relevant dat je vrouw bent, en soms doet het er niet zo toe.
Na mijn verhaal over de knakworstenfabriek en het voetbalstadion moest ik denken aan het pannenkoekenrestaurant. Daarom neem ik u in de serie ‘pittoreske ploeterherinneringen’ mee naar een pannenkoekrestaurant ergens in het midden van het land.
Picture this: heuvels, bos, sprookjesfiguren waar je kijkt. Een eigenaar die uitstekend geld kon tellen, maar spellen wat lastiger vond. Een pannenkoekmenu dat je op sommige punten experimenteel kon noemen; zo was er de pannenkoek met hachee, de pannenkoek met shoarma - en laten we die met gehaktschijven niet vergeten.
In dit pannenkoekrestaurant was ik pannenkoekserveerster, wat neerkwam op zoveel mogelijk borden op je arm laden (zeven maximaal, als ik het me goed herinner) en die zo snel mogelijk naar de juiste tafel zien te krijgen zonder daarbij al teveel kinderen omver te lopen. (Kinderen waren op dat punt in mijn leven niet mijn favoriete mensvorm.) Ook leuk: groepen wielrenners in zeemleren pakken die alle 26 een kopje koffie bestelden en die allemaal apart wilden betalen.
Als ik niet met armen vol pannenkoeken of een dienblad met 26 opgestapelde kopjes koffie rond balanceerde, hopend dat er in godsnaam geen kleuter besloot om tegen mijn benen aan te rennen, wachtte ik bij een luik tot er een nieuwe lading pannenkoeken naar buiten werd gespuwd. Het was zaak om altijd even te inspecteren of het er een beetje schappelijk uitzag; een al te aangebrande pannenkoek kon het beste omgedraaid worden, tenzij er hachee of een gehaktschijf op lag.
Aan de andere kant van het luik stond voor het bakken van al die koeken een chef-kok. Jawel, een chef-kok. De chefkok was gezegend met een Theo van Gogh-achtig postuur en stond bij voorkeur shagrokend achter zijn pannen. Shaggie in de ene hand, lepel in de andere. Af en toe verdween er wel eens wat as in een pannenkoek, maar ach, dat viel minder op dan de pleisters, nietjes en spijkers die ook wel eens aangetroffen werden. In diezelfde keuken werden trouwens ook huzarensalades, uitsmijters en soepen (groentesoep was soep met groenten, tomatensoep was groentesoep met een paar blikken tomatenpuree erdoor) bereid, zonder al teveel aandacht voor het wassen van handen. Minstens één keer per week belde er iemand om een voedselvergiftiging te melden.
Chefkoks haar was niet het type haar dat er graag shampooschoon en glanzend bij deinsde en zijn broek etaleerde een wittig bouwvakkersdecolleté, wat het krabben aan zijn kont tussen de shagjes door vergemakkelijkte. Naar verluid kwam de hand eens van een krabtocht terug met - nee, dit is te ranzig. Als ik nou een paar hints geef - anale aandoening, bloed - moet u de conclusie zelf maar trekken, als u dat wilt.
Nadeel van het baantje was dat je er zelf ook moest eten. Dus als het lunchtijd was, liep je de keuken in en gaf je een zo veilig mogelijke bestelling door. De chef-kok knikte en drukte zijn shaggie uit. Zijn hand zakte achter de band van zijn broek omlaag. Aan de andere kant van het luik ging de telefoon.
Het was koud in Berlijn, min 8 overdag. Note to self: ook eens stedentripjes plannen in het voorjaar, of - doe eens gek - in de zomer. Zo is Berlijn in mijn beleving een oord waar je iedere keer meer kleding aantrekt en ik geloof eigenlijk niet dat het in New York ook wel eens warmer dan 5 graden celsius is. Volgens mij doen ze gewoon alsof op televisie. Maar dat terzijde.
Het voordeel van min 8 overdag is dat je het gevoel hebt dat je bovenmenselijke prestaties levert wanneer je je, gekleed als een kruising van een Ampel- en een Michelinmannetje, van A naar B begeeft, die ter plekke van B onmiddellijk beloond moeten worden met eten, drank, kleren en meer van dat soort opiums voor het volk. En dat je heel veel doet, want welke gek gaat er nou zomaar een beetje rondlanterfanten met het risico dood te vriezen tegen een worstkraampje?
Zo zag ik sneeuwpoppen demonstreren tegen de opwarming van de aarde:
En eindelijk een realistisch beeld van Michael Jackson:
en bracht de radio het droeve nieuws dat the Scorpions uit elkaar gingen. 'Op hun hoogtepunt,' zo vertelde de zanger.
Ook kreeg ik een struik in mijn thee.
Verder ontving ik een mooie tekening van San. F. Yezersky bij wijze van inzending voor de word-lid-van-de-nieuwsbrief-en-win-een-vooruitexemplaar-of-maak-anders-gewoon-de-slagzin-af-het-kan-allemaal-wedstrijd:
Kortom: het was mij het weekend wel.
En bij thuiskomst trof ik dit aan op de Luitingh-Sijthoff-stand op de Intres-beurs voor boekhandelaars:
Bakfietsblues verschijnt pas in april, maar het grote bakfietsbluespromotiecircus is al lang aan de gang. Daarom zijn er een aantal vooruitexemplaren gedrukt, hele mooie, met een omslag en tekst erin en bladzijnummers en alles, voor de pers en voor boekhandels die Bakfietsblues hopelijk in dusdanige stapels in hun winkels willen leggen dat er amper nog te lopen is en het zicht op al het andere ontnomen wordt. Ehm, ja.
De vooruitexemplaren dus. Ik mocht er een paar meenemen om weg te geven: aan jullie, natuurlijk. Wil jij zo’n exclusief exemplaar winnen en zo drie maanden voor de publicatiedatum alvast onder zwaar embargo aan het lezen slaan? Dan hoef je maar één ding te doen: lid worden van de zeer onregelmatig verschijnende Maaike Schutten Monthly door een mailtje te sturen met het subject: ‘Ja, doe maar!’ naar mail@maaikeschutten.nl. (De Maaike Schutten Monthly is gegarandeerd gezellig, verschijnt alleen als ik wat te melden heb en is op ieder moment weer opzegbaar. )
Ben je al lid van de zeer onregelmatig verschijnende Maaike Schutten Monthly of denk je: ik wil geen e-mails van Maaike Schutten ontvangen? Maak dan kans op één van de exemplaren door de volgende slagzin af te maken:
Mijn persoonlijke mening aangaande bakfietsen kun je formuleren als volgt: .............................................
Je kunt reageren met de reactiemogelijkheid op deze site, of je antwoord via Facebook of Hyves. Of twitter het me op @MaaikeS met #bakfietsblues erachteraan. Dan zijn we helemaal 2.0 bezig.
Oh, en trouwens, als je nou denkt: Bakfietsblues, dat lijkt me nou echt een boek voor die-en-die, stuur deze link dan gerust door naar die-en-die, die zich met een mailtje naar mail@maaikeschutten.nl ook zo abonneert. Of nog leuker: stuur mij het e-mailadres van die-en-die, dan stuur ik hem of haar een persoonlijk uitnodigingsmailtje.Tot zover deze commerciele mededeling.
Wie er kan moven als Michael geloof ik wel, maar ik kon het niet laten om even te kijken hoe het met de Jackson-broers was. U weet wel, die rest-Jacksons die de afgelopen twintig jaar hun tijd doorbrachten met het afpikken van elkaars vrouwen, het betalen van alimentatie en het opstarten van tot mislukken gedoemde bedrijven, maar nu broer Mike er niet meer is plotseling heel erg een Jackson 5-reunieconcert willen gaan geven, met z’n vieren. ‘Voor de fans,’ zoals de Tros het ook graag zegt. En uit respect voor Michael, natuurlijk.
De tijd was niet lief geweest voor alle broers. Met name niet voor Jermaine, die bewees dat Klussen Met Je Hoofd een familiehobby is, met als resultaat een doorgebotoxt zeshoekig hoofd, geaccentueerd door een kapsel dat sinds MC Hammer niet vaak meer gesignaleerd wordt. Qua kleding probeerde hij vast te houden aan de and-when-the-rain-begins-to-fall-look, maar dan die van Pia Zadora.
Maar goed, het ging natuurlijk allemaal om de muziek. De broeders gingen de studio in om daar dingen in te zingen en ruzie met elkaar te maken. Er werd meteen gezorgd voor een spanningsboog. De ene Jackson vond dat de andere Jackson niet mooi zong en nog een andere Jackson wiste dat dan weer van de opnametape. En broer Tito wist nog even heel integer zijn 3T-zoons erin te wurmen, u weet wel, die jongens van hits als, uhm. Vervolgens gingen de broers één voor één bij Moeder Jackson klagen dat een andere broer gemeen tegen hem was en moeder Jackson zuchtte ach en wee.
Jimmy Jam en Terry Lewis, twee grote, gezellige mannen met hoeden op, zouden het nieuwe meesterwerk van de Jacksons gaan produceren. Na uitgebreid gestrooid te hebben met woorden als ‘legend’ en ‘icons’ kwam het gesprek op wat praktische zaken. 'Nu Michael er niet meer is, is de leadzang wel een eh, dingetje,’ zei Jimmy Jam of Terry Lewis. ‘Wie gaat dat oppakken?’ ‘Ehm, nou, ikikikikikikikik!’ schoot Jermaines zeshoekige hoofd uit. Uit respect voor Michael, natuurlijk.
Ondertussen had Jermaine in een serie bloezen met opstaande kragen buitengewoon spontane gesprekken met zijn vrouw (wist u trouwens dat de jongste zoon van Jermaine Jermajesty heet? Maar dat terzijde) over het Grote Eerbetoon voor Michael, dat uit respect voor Michael georganiseerd zou gaan worden. Hij was alleen even een beetje vergeten zijn broers te vertellen dat hij een persconferentie ging geven in Wenen, waarop er weer van verschillende kanten geklaagd werd bij Moeder Jackson, die ach en wee zuchtte.
Volgende stap in de Jackson-wedergeboorte was een fotoshoot, maar Jermaine was er niet, want zijn broers deden gemeen. U begrijpt: de spanning, de spanning. Zal het de Jackson 5 lukken om met z’n vieren een concert te geven? En maakt het iemand uit? U ziet het, volgende week bij The Jacksons, Echt Heus Aleen Maar Uit Respect Voor Michael.
Soms komt een gesprek opeens op knakworsten. Zoals die dingen kunnen gaan. De ene keer gaat het over het leven als zodanig, de andere keer over het botoxhoofd van Jermaine Jackson en dan weer over knakworsten.
En als het over knakworsten gaat, dwarrelen mijn gedachten via hotdogs en kinderfeestjes en een experimenteel pastagerecht van een huisgenoot uit mijn eerste studentenhuis naar de knakworstperiode in mijn leven. Hoewel periode een wat groot woord is. Het was een week. Mijn Week van de Knakworst.
Ik had eindexamen gedaan, bijna vijf maanden zomer voor de boeg en een ongetwijfeld geldverslindend studentenbestaan daarna en dacht: het uitzendbureau. En het uitzendbureau dacht: hee, de knakworstenfabriek. (Voor ik het vergeet: Zezunja, leest u zeker eens haar weblog, wilde graag duidelijk vermeld hebben dat dit het punt is waarop ze niets meer wil weten over knakworsten. Misschien vanwege een knakworsttrauma of een fobie voor glibberige worstjes. Ik zal het haar eens vragen. Maar leest u vooral door.)
En zo betrad ik de Lupack-fabriek, in een oncharmante jas, oorbeschermers op, operatiehandschoenen aan en zo’n leuk plastic mutsje op. Er waren potige mannen die met hompen slachtafval rondliepen van koeling naar koeling, maar ik kreeg een meisjestaak en werd naar de knakworsteninpakband gebracht. Een band met voorbijrollende blikken voor een band met voorbijdrillende Frankfurters. 10 worsten in ieder blik. Hoe moeilijk kon het zijn?
Best moeilijk, dus. Knakworsten raceten voorbij, blikken rammelden erachteraan en tien worsten in één greep is heus niet makkelijk. Ik was de enige vakantiekracht in een hecht team van doorgewinterde knakworstenpakkers met een passie voor knakworsten. Ik was dat tutje van het VWO die even een paar weken de arbeider uit kwam hangen en dan op hun belastingcenten de student ging spelen en niet mee kon praten in de pauzes als iedereen stapels boterhammen naar binnen werkte. Ik was die amateur die niet meekwam met al die ervaren handen, doelgericht graaiend van knakworstband naar blik, van knakworstband naar blik, van knakworstband naar blik, altijd met tien Frankfurters. Nooit acht, nooit elf - altijd tien.
En te midden van al die inpaksuperioriteit stond de knakworstkoningin. De handen van de knakworstkoningin waren niet scherp waar te nemen, zo snel bewogen ze zich van knakworstenband naar blikkenband, ieder uur ontelbaar veel blikken vullend. 'Zij is echt de snelste,' werd vol ontzag naar haar gewezen. Iedereen wilde haar zijn. Iedereen wilde zo efficiënt, zo doeltreffend, zo'n waardevolle bijdrage zijn.
Het lawaai van de blikken. De weeë geur van knakworsten en hompen ondefinieerbaar vlees verderop in de hal. Het onmenselijke tempo van de handen van de knakworstkoningin. De blikken van de andere knakworstdames.
Bij wijze van nieuwjaarsgroet dacht ik: hee, laat ik jullie horoscoop eens trekken. Want de sterren en ik, wij kunnen er wat van. Kijk daarom snel hoe geweldig jouw jaar wordt. Want natuurlijk heeft het universum alleen het allerbeste met jullie voor.
Waterman
Het leven is vallen en opstaan, waterman. En 2010 is het jaar van huppelen. Want soms moet er gehuppeld worden in het leven om het ritme van de sterren te voelen. De topmaanden voor de liefde zijn februari, maart en november. In die maanden staat de planeet Pluto namelijk in jouw sterrencirkel. En iedereen weet wat dat betekent. Doe er wat leuks mee.
Vissen
Je carrière zit in de lift dit jaar, vissen. (Of moet ik jullie zeggen, vissen? Ik weet het niet zo goed.) Je voelt een circulerend gevoel van kracht in je lichaam en je geest. Zorg ervoor dat je dat kanaliseert in een visie.
Want visie is het sleutelwoord, vissen. Let daarbij wel op je bronchiën en op Facebook.
Ram
Ram, ram, ram. Oh ram, ram ram. Rammie, ram. Dit wordt een jaar, ram. Dit wordt me er eentje zoals je nog nooit mee hebt gemaakt. Succes, schoenen en synthesizerrevivals. De drie essen, zou je het wel kunnen noemen. Jupiter had je eigenlijk vorig jaar al een droompartner beloofd, maar er ging iets mis in de logistiek. Dit jaar zul je achteraf beschrijven als een synergie van zielen.
Stier
Jouw charme, die al niet gering is, lijkt Pokon te krijgen dit jaar. Iedereen loopt met je weg, wist je zelf dat je zo leuk was? Let wel op de pH-waarde van je huid en op je administratie. Je weerzin tegen Lady GaGa zal daar niet tegen helpen. Ook zien de sterren fenomenale verkoopcijfers en - hee, wacht, ik ben stier!
Tweelingen
Voor jou krijgt geluk een nieuwe dimensie, tweelingen. (Of moet ik jullie zeggen, tweelingen? Ik weet het niet zo goed.) Mannen dan wel vrouwen (haal door wat niet van toepassing is) buitelen over je heen, zoveel dat het soms eigenlijk niet meer leuk is. Je zult veel nadenken over kwantiteit, kwaliteit en vriendschap en ook het kofschip zal veel in je gedachten voorkomen. Geniet ervan, tweelingen.
Kreeft Granen zijn dit jaar heel belangrijk. Granen en oranje groenten. Jouw liefdesleven, daar zal iedereen in 2010 jaloers op zijn, kreeft. Je voelt je enorm aangetrokken tot mensen, mensenmens dat je bent. En rondom 16 maart zul je ook in contact komen met diepere aspecten van iemand in wie je helemaal geen diepte had verwacht. Als je al lang en breed gesetteld bent, telt dit natuurlijk niet voor jou. In dat geval: oranje groenten, kreeft. En granen.
Boogschutter
Oei, wat een stoute toestanden, Boogschutter. Wat een spannende toestanden, zeg. Sjongejonge. Vooral de eerste zes maanden van dit jaar ben je de kroonluchters niet uit te slaan. Het universum ziet alles dat je doet en bloost er een beetje van. Laat je er lekker door meeslepen, boogschutter, maar pas op met oneven getallen.
Leeuw
Reflectie, Leeuw, daar draait het allemaal om de komende maanden. Reflectie over je innerlijke zelf, de liefde en het leven als zodanig. Je reflecteert en je reflecteert tot je erbij omvalt en je denkt: nou is het wel weer mooi geweest met dat gereflecteer. En op dat moment is de drankenkast nooit ver weg.
Maagd
De wereld ligt aan je voeten, maagd. En voor het geval het daar al lag, ligt het daar gewoon nog wat meer. Voor succes hoef je dus eigenlijk alleen maar omlaag te kijken. Het draait om groei, wijsheid, inzicht en wereldvrede. Maar let op je rust, Maagd. Want Saturnus kan je natuurlijk niet de hele tijd in de gaten houden.
Weegschaal
In de zomer wordt een hittegolf voor jou voorspeld, weegschaal. Op liefdesgebied, welteverstaan. En dan bedoelen we het metafysische gevoel van liefde, dat om ons allen is, maar om jou in het bijzonder. Houd vast aan je waarden, maar als het even beter uitkomt om dat niet te doen, laat ze dan gewoon varen. Innerlijke balans is de sleutel tot succes, weegschaal. Maar dat hoeven we jou natuurlijk niet te vertellen.
Schorpioen
2010 is het jaar van de waarheid, schorpioenen. Verwacht drastische veranderingen op je pad. Denk aan een onverwachte carrière als topmodel, een politieke partij of een hoofdrol in een Amerikaanse speelfilm. Let daarbij op vitamine C en de Backstreet Boys, Ram. Het schijnt dat die weer bij elkaar zijn en dat is voor niemand leuk.
Steenbok
Iedereen wil je vriend zijn dit jaar. Maar wat is een vriend, steenbok? Je visie daarop zou wel eens een compleet nieuw gedachtenkader kunnen krijgen, onder leiding van planeet Jupiter. Wees niet bang om jouw dromen werkelijkheid te laten worden, steenbok. De kleur blauw zal je daarbij veel rust geven.
Dus George, hè. Die had vorig jaar een blokhut gehuurd in de bergen met z’n vrienden, waar ze in hele grote felgekleurde jassen gingen skiën. Het was heel goed skiweer, want z’n haar bleef perfect zitten. En toen had hij zijn hart weggegeven aan een meisje met donkere krullen. Niet een roos, niet een kettinkje, maar gewoon meteen z’n hele hart. Zo is George.
Nou, en dit jaar doen ze dat dus weer. Ze zitten in dezelfde blokhut en na het kerstboom versieren en tafel dekken gaat iedereen in vrolijk gekleurde kabeltruien sneeuwballen gooien. Maar George niet, die staat op een afstandje heel sip naar de sneeuwbalgooiers te kijken, met een zwarte bontmuts over zijn coupe soleil.
En bij het kerstdiner zit het meisje met de donkere krullen klef te doen met Andew Ridgely. Ontzettend stom natuurlijk, want iedereen weet dat die man weinig meer kan dan Speedo’s dragen en tamboerijn spelen. En ondertussen steels naar George kijken hè, de trut. George doet z’n best om leuk te praten met inwisselbare mensen, maar je ziet dat zijn hart pijn doet. Dat zie je gewoon.
George speelt wat met zijn wijnglas en denkt aan vorig jaar, toen hij in jaren ’80 Uggs en een lange damesjas achter haar aanrende in de sneeuw. God, hij dacht dat zij iemand was om te vertrouwen en ze vielen in de sneeuw en dat was grappig, joh.
Maar goed, dat was ze dus niet en nu heeft hij zijn hart aan een speciaal iemand, een speciaal iemand gegeven, om het huilen te stoppen.
Daarom voor iedereen aan wie ik geen kerstkaart heb gestuurd (en dat is iedereen): hier nog één keer George. Want zonder George geen kerst, zei mijn oma altijd al.
Bakfietsblues is ‘een geestig en ontroerend verhaal over het krampachtige verzet van een dertiger tegen volwassenheid’, ofwel: een finally coming of age-roman in een setting van Vinexzand, clubs die zo cool zijn dat ze geen naam hebben, schoolpleinen, lopende buffetten, hijgerige talkshows en een schoolmusical. Maar je zou het ook kunnen zien over verhaal over het zover mogelijk oprekken van je jeugd en andere basale dingen als liefde, familie en - uhm, nou ja - het leven.