Sinds veel mannen om me heen het vaker over kleding, yoga en haarmaskers hebben dan over voetbal, auto’s en mooie vrouwen, en steeds meer vriendinnen het leuk vinden om autobanden te verwisselen en naar Formule 1-wedstrijden te kijken, ben ik de draad een beetje kwijt.
Na weer een avond waarop ik een geföhnde soapster ervan moest overtuigen dat zijn kont er écht niet dik uitzag in die broek, en een goed gesprek over de geneugten van het harsen van borsthaar, liep ik de buurtkroeg van mijn Liefde binnen -man zonder yogamatje en mascararoller- voor nog één laatste drankje. Ik viel midden in een gesprek over de nieuwe Maserati Bladiebla (“van nul naar honderd in twee seconden!”), dat als vanzelfsprekend overging op de Champions League-competitie (“Grasmat lag er mooi bij”) en de laatste verovering van de barman (“Zeven min”). In plaats van onderuit te hangen in te hippe lounge-fauteuls, stonden de stamgasten aan de hoek van de eikenhouten bar, jassen nog aan, glazen in hun handen geklemd. Het bier werd in zo’n rap tempo aangevoerd dat mijn laatste drankje een steeds laatster drankje werd, hompen kaas kwamen voorbij en de CD-speler speelde voor de zevende keer iets Bruce Springsteen-achtigs.
Tijdens mijn negende allerlaatste biertje kwam het gesprek op en gevoelig onderwerp: de liefde.
“Weet je wat het altijd is met die vrouwen?” zei de stamgast aan mijn linkerhand. “Ze willen altijd praten na de seks. Ik bedoel, als ze nog niet moe zijn wil ik best nog een keer neuken, maar práten?”
Ik knikte begripvol, de stamgasten knikten mee.
“Laatst had ik er weer zo één. Waarom bel je me nooit? zegt ze. Ik zeg: je weet toch dat ik dat niet doe? Ze hield maar niet op. Je hebt helemaal geen aandacht voor me! roept ze. Ik zeg: óf neuken, óf deruit. Als je nu niet ophoudt, moet ik toch echt de brandweer bellen!”
Verontwaardigd sloeg hij zijn bier in één keer achterover en parkeerde het glas met een resolute klap op de bar. De rest bromde begripvol.
“Ach, vrouwen,” zei een collega-stamgast met een bemoedigend klopje op zijn schouder, “je ken beter kippen houwen.”
Grijnzend bestelde ik nog maar een allerlaatste rondje. De buurtkroeg van mijn Liefde is grappiger dan welk champagne-overgoten feest dan ook. Yoga en vitamine-cremes? Dacht ‘t niet, hier. Zolang sommige mannen nog denken dat een haarmasker hetzelfde is als een motorhelm, is er nog hoop voor deze wereld.
Strictly Magazine, 2003
|