Ik zag toevallig Michael Jackson voorbij komen op een liftje (op tv dus, dit was geen Michael-leeft-nog-sighting, voor de duidelijkheid - maar die gebeuren doorgaans ook op toast) en herinnerde me dit stukje van vorig jaar.
We gingen dus naar Michael Jackson. Althans, naar de film. Want nadat de media mij wisten te vertellen dat hij een multiwrak was dat zich in een rolstoel kwijlend het podium overliet duwen met een permanent infuus aan zijn arm, bazelend over kinderrechten en Jesus Juice, was ik tergend benieuwd naar kwesties als: a) kon hij lopen? b) kon hij praten? c) kon hij zingen? d) kon hij nog ‘Sjamoon!’ roepen? (Als u deze motieven wat sensatiebelust noemt, dan spreek ik u niet tegen.)
Toen hij dat nog prima bleek te kunnen en zelfs allemaal
tegelijkertijd, had hij eigenlijk al gewonnen. Hij klonk nog gewoon als
zichzelf, deed snelle dingen op zijn loafers en de ‘Sjamoon!’ was
klassiek. Dus kon ik verder met mijn volgende missie: het
ontdekken van de Mens achter Michael Jackson, want ook daar was ik
inmiddels tergend benieuwd naar. Het eerste kwartier werd ik daarbij
afgeleid door zijn neus, maar opeen gegeven moment raak je daar aan
gewend. Gerard Joling heeft een tapijt op zijn hoofd, Lady Gaga een
struik om haar nek, Michael Jackson heeft een skischansje op zijn
gezicht, wat maakt het allemaal uit. Goed, de Mens achter
Michael. Geen makkelijke missie, omdat Michael natuurlijk niet echt een
mens was. Hij was een buitenaards wezen meets
levende Michael Jackson-pop waar af en toe glimpjes mens doorheen
schenen, met bril en pruik opgetuigd zodat hij eruit zag als Michael
Jackson. Deze tot Michael omgetoverde Michael was geconcentreerd aan
het werk, met een fanatieke toewijding. En voor zijn doen zag hij er
basic uit zonder kniebeschermers en gouden badpakken (voor de
volledigheid: een glitterbroek lijkt mij in het universum van Michael
Jackson te vallen onder basics). Als je uitgangspunt die
bazelende man is in rolstoel met dat bungelende infuus er achteraan,
blijkt Mike verbazend samenhangend en meer in control
dan Jan-Peter Balkenende op een gemiddelde werkdag. Circus Jackson
draaide als een tierelier. Hij deed alles waar hij goed in was (dansen
met groepen in monster- en jaren ’30-pakken, de armen heffen boven een
windmachine), omringd door een band met vriendelijke grote negers die
hem MJ noemden en die hij op ieder detail wees (‘het moet pe-deng en
niet pe-déng’). Kinderen liet hij verstandigerwijs links liggen en zijn
wereldverbeterbehoeften concentreerden zich op de natuur, die hij
respecteerde en waar hij van hield en die er binnen vier jaar mee kapt
als we nu niets doen - dat u het weet. Maar het waren die
glimpjes waarop ik me concentreerde, want samen zouden die misschien
een verrassend beeld creëren van een beminnelijke man meteen Brits
gevoel voor humor die graag boerend kippenpoten eet tijdens
voetbalwedstrijden - wie zou het zeggen. Zijn tot masker verworden
hoofd was daarbij een complicerende factor, maar het waren de
dissonanten die ik als glimpjes interpreteerde. De baardgroei,
bijvoorbeeld (hoe kan het dat Michael baardgroei had? Ging hij dan ook
naar de wc?), de kauwgom die hij voortdurend kauwde en de lolly's. De
hyperbeleefdheid waarmee hij iedereen voortdurend aan het bedanken was
(‘God bless you’) en waarmee hij zich excuseerde voor zijn grapjes
(‘God bless you’). En niet te vergeten de hoogwerker waarop hij
‘whieieie!’ riep toen die door de lucht zwenkte. Het was jammer dat
mimiek niet meer mogelijk was op zijn gezicht, want je zou bijna zeggen
dat het vrolijk leek. Pas toen De Wereld eraan te pas kwam met
een lachwekkende act die Pocahontas mixte met Wall-E begon Michael weer
te lijken op de Michael waar ik bang voor was. Ik bereidde me mentaal
voor op heal the world en een wereldbol met kinderen in
klederdracht, maar gelukkig ging hij weer dansen met een groep in beat
it-pakken en wees hij de band erop dat het ke-dengdengdeng-kedeng
was en niet deng-kedeng-kedeng. ‘Yeah,
sounds good, MJ,’ zei een grote, gezellige neger, alsof MJ ook een
gezellige neger was. En ik dacht: ja, dat was mooi geweest. |