Op mijn werk is weer iets nieuws geïntroduceerd: feedback. En dan niet op de persoon, maar op de inhoud. Zo kreeg ik laatst commentaar op mijn vocabulaire. Dat ging ongeveer zo:
“Ik waardeer je erg als collega en als mens, maar ik zou je er graag op willen wijzen dat je nogal vaak, eh, kut zegt.”
“Wat zeg je?”
“Ehm, kut.”
”Oh, KUT! Zeg dat dan meteen.”
Ik zou het woord te vaak te luid met teveel passie gebruiken. Voor teveel gelegenheden. Verder Ik zou het woord te vaak te luid met teveel passie gebruiken. Voor teveel gelegenheden. Verder kreeg ik te horen dat het niet vrouwelijk is om luid ‘kut’ te roepen- vloeken als een bootwerkster wordt nog steeds niet bijzonder elegant gevonden.
Nou vind ik dat het woord ‘kut’ in de Nederlandse taal onderschat wordt. Weinig woorden hebben zulke rijke semantische gebruiksmogelijkheden als dit zelfstandig naamwoord én aanwijzend voornaamwoord. Je kunt het gebruiken als uitroep van algemene ontsteltenis (“kut!”), als indicatie van iemands karakter (“kutwijf”) of om de vervelendheid van een situatie aan te duiden (“kutzooi”). Bovendien is het een praktisch woord: iedereen kan het uitspreken, en het is kort en krachtig, dus voor ieder intelligentieniveau te spellen (k-u-t. kut.).
Ik ben de beroerdste niet, dus heb ik naarstig gezocht naar een vervangende uitroep. Maar deze missie is niet geslaagd. Sommige woorden dekten wel een deel van de lading, maar zijn te braaf: “drommels” en “verdikkie” krijg ik niet met welgemeende hartstocht mijn keel uitgeslingerd. Een goede ontlading voor agressie of ontsteltenis moet wel een bepaalde mate van obsceniteit bevatten, anders roept het gewoon niet lekker. Een alternatief was om over te gaan tot een ander geslachtsdeel, maar ook dat leidde niet tot positieve feedback van mijn collega’s. (Bovendien vind ik lulwijf en lulzooi redelijk kut klinken.)
Ik zie me daarom genoodzaakt op te komen voor de rechten van het woord ‘kut’ als algemeen geaccepteerd woord in de Nederlandse taal. Het moet voor eens en voor altijd afgelopen zijn met dat misplaatste politiek correcte gedoe. Persoonlijk vind ik het veel chiquer om iemand een vrouwelijk geslachtsdeel toe te wensen dan een vervelende ziekte als tyfus of tering. Voor diegenen die zich storen aan de seksuele referentie van dit woord, zie het maar zo: als je heel vaak achter elkaar ‘fiets’ zegt (fietsfietsfietsfietsfietsfiets), raak je na een tijdje de connotatie ‘rijwiel’ kwijt en is het gewoon een gek woord. Fiets. Kutkutkutkutkutkutkutkut. Zie je wel, een heel leuk woord, eigenlijk. Kort, krachtig en gezellig. Niks kuts aan.
Strictly Magazine, 2004 |