Actueel Agenda Over Maaike Schutten 15 minuten Contact
 
 
 
Columns (1 tot 10 van 12)
Runner's World 3 - Het Weerkanaal (geeft het weer)

Een nieuw oud stukje over mijn beginnershardloopperikelen, geschreven voor Runner's World. Een tijdje geleden geschreven - ik ben nu even te zwanger om nog met meer dan 0,2 kilometer per uur vooruit te komen. Maar daarover ongetwijfeld later meer.

Ik loop dan tegenwoordig wel leuk en al best geroutineerd mijn rondjes door de buurt, maar ik loop er niet al te best bij. Ik draag ofwel een joggingbroek en een t-shirt van Het Weerkanaal (‘geeft het weer’), ofwel een legging en een t-shirt van Het Weerkanaal. De sokken zijn van mijn wederhelft en de schoenen heb ik ooit getest voor een ander blad. Ze zouden door ingenieuze zoolvorming zorgen voor strakke billen, maar dat werkte vooral tussen de oren.

De eerste weken was ik te druk met mijn toetreding tot de buurtlopersgemeenschap om daar bij stil te staan. Ik was al lang blij dat ik een subtiel knikje kon voortbrengen tijdens het passeren, in plaats van het rood aangelopen gepomp met mijn hoofd van daarvoor. Of - nog beter - een blik van verstandhouding kon uitwisselen; zo’n vluchtige, maar bemoedigende. De hardloopequivalent van vrachtwagenchauffeurs die naar elkaar toeteren. Maar toen ook dat weer wende, werd ik me ervan bewust dat de blik van verstandhouding vaak omlaag ging. Naar het t-shirt van Het Weerkanaal (‘geeft het weer’), de joggingbroek en de grijze herensokken met het zwarte streepje langs de bovenkant. Kortom: het was hoog tijd om te renoutfitshoppen.

Ik dacht zelf aan een pak sportsokken, net zo’n aërodynamische zwarte broek als mijn nieuwe renvrienden en een t-shirt zonder slogan van Het Weerkanaal. Eenmaal in de sportwinkel werd echter al snel duidelijk dat het zo makkelijk niet was.

Bij de broeken kon ik kiezen voor warmtevasthoudende materialen of juist voor strategisch geplaatste zoned cooling, die de rise van de core body temperature afremde voor greater performance in hot conditions (handig bij het lopen in de Sahara). Tegen rondcirkelende verkopers die er stuk voor stuk uitzagen alsof ze net terug waren van het WK Athletische Toestanden probeerde ik zo casual mogelijk te zeggen dat ik gewoon even aan het rondkijken was, terwijl ik de NASA-taal op me in liet werken, zodat ons onvermijdelijke gesprek straks niet meteen dood zou lopen. Alle T-shirts waren sowieso vochtafvoerend en ofwel gemaakt van de soepele push-pull vezel die het transpiratievocht actief naar zich toetrekt en afvoert (waar naartoe?), ofwel voorzien van poortjes waarin koptelefoons en ongetwijfeld ook allerhande andere gadgets verstopt konden worden. En dan was ik nog niet eens toegekomen aan de sokken.

‘Kan ik u helpen, mevrouw?’ vroeg één van de atleten vriendelijk.
Vertwijfeld schudde ik mijn hoofd alle kanten op.
Dat lopen een way of life is, bleek een stuk veelomvattender dan ik dacht.
 

>> LEES VERDER
 
GEPLAATST: 12-7-2010 | REACTIES: 0 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Runner's World: Maaike leert lopen (deel 2)

Een rubriek in hardloopglossy Runner's World, waarin ik als renleek probeer te leren hardlopen. Hier column 2.

Het onwaarschijnlijke is gebeurd: na jaren staren naar de voorbijdravende hardlopers in mijn stad ben ik zelf ook toegetreden tot het lopersgilde. Een paar keer per week gaan de personal iPhone-coach en ik de straat op voor een intervalrondje door de buurt.

Soms voelt het alsof ik in een toneelstuk zit waarin ik een hardloper speel, maar minstens zo vaak voelt het al best echt. Kijk mij eens lopen. Ik loop dan wel niet zo cool, die geroutineerde souplesse heb ik nog lang niet bereikt (‘mag ik al weer gewoon lopen, Trainer Lite? Halve minuut nog? Oké. Tien, negen... pffffff, húúúúhhhh’!), maar toch. Ik loop. Mijn vaste rondje linksom, mijn vaste rondje rechtsom. Ik zoek de cadans, knik naar mijn toch wel wat beter geklede collega’s en na een minuut of twintig stretch ik tegen de voordeur zoals ik denk dat ik dat zou moeten doen. Op feestjes zeg ik nonchalant dat ik tegenwoordig ook loop. Want rennen, dat doen lopers natuurlijk niet.

Af en toe, in een overmoedige bui, denk ik wel eens: hé, doe eens gek. Laat ik een ander rondje doen. De routine doorbreken, de gebaande paden verlaten. En dan kom ik terecht op de weg langs het water.

Pas als ik er ben, realiseer ik me dat ik eigenlijk bang ben voor de weg langs het water. Hier lopen namelijk de Echte Lopers. Stuk voor stuk kunnen ze ontzettend hard en op hun gezichten is geen spoortje pijn te zien, of vermoeidheid, of wat voor inspanning dan ook. Links en rechts zoeven ze langs me heen op hun superschoenen en in hun aërodynamische pakken en ik voel me weer de amateurspetteraar van acht die per ongeluk in de baan van de wedstrijdzwemmers is gesprongen. Ik probeer het ritme te hervinden en gewoon door te gaan in mijn joggingbroek en de oude sokken van mijn wederhelft, maar wil het liefst onder water duiken, waar niemand me ziet.

Vorige week zag ik een foto van Fred Teeven in de weekendbijlage van de krant, zijn logge lijf soepel stretchend op de weg langs het water. Hij droeg een pak dat er zo geavanceerd uit zag dat je er ongetwijfeld ook mee naar de maan kunt en keek alsof hij nog dagen aan één stuk door kon draven. Op de volgende foto at hij voldaan een boterham met pindakaas.

Het wordt tijd voor een serieus hardlooppak. 

>> LEES VERDER
 
GEPLAATST: 2-6-2010 | REACTIES: 0 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Column voor Runners's World: Maaike Leert Lopen

Een rubriek in hardloopglossy Runner's World, waarin ik als renleek probeer te leren hardlopen. Hieronder deel 1.

Sport en ik: wij zijn nooit vrienden geweest. Laat staan hardlopen en ik. Hardlopen bonkt en rammelt je hersens door elkaar, was mijn constatering na een paar halfslachtige pogingen. Enthousiaste lopers in mijn omgeving spraken dat tegen. Ik zou het ook kunnen, zeiden ze - iedereen kan het. Voor hardlopen moet je gebouwd zijn, zei ik dan altijd, en dat ik meer een fietser was. De laatste keer dat ik naar een spinningklasje ging was vier jaar geleden.

Toch was ik altijd jaloers. Op de voldoening en de blakende gezondheid die de hardlopers uitstraalden. Op het ergens aan bouwen, steeds beter worden. Waar je ook bent gewoon je schoenen aantrekken en even die endorfine incasseren. Onderdeel zijn van een wereldwijde club van mensen die het eens is over de geweldigheid van hardlopen.

Een paar keer overwoog ik een serieuzere poging. En toen mijn wederhelft tijdens een trip naar New York iedere ochtend een rondje door Central Park maakte, liep ik bijna achter hem aan. Maar toen dacht ik weer: het bonkt, ik ben meer een fietser en draaide me nog eens om.

De hardlopers in mijn omgeving gaven zich echter niet gewonnen. Ook jij kunt het, bleven ze zeggen. Na een tijdje raak je verslaafd, zeiden ze, zul je zien. Als dat eens zou kunnen, dacht ik.

En toen de hoofdredacteur van dit maandblad ook zei dat ik het kon, dat iedereen het kan, besloot ik deze stok achter de deur aan te pakken. Een wereldwijde club was eensgezind over het genot van hardlopen en ik was de enige die geen lid was. Ik downloadde een personal coach op mijn iPhone, vond mijn schoenen op een zeer onwaarschijnlijke plek en liep de straat op.

Run - for - one - minute, zei de personal coach. Ik gehoorzaamde met een drafje, zoals ik buurtgenoten ook altijd zag draven. Het zag er best echt uit. Walk - for - one - minute. Oké, prima. Dit kon ik. Run - for - two - minutes. Ik draafde voorbijgangers voorbij, slenterend in gewone kleren. Arme mensen. Wat een fijne buurt was dit eigenlijk om te lopen, langs het IJ en de boten. Dag eendjes.  Ik rende, liep, rende, liep en voor ik er erg in had mocht ik alweer stoppen. Well - done, zei de personal coach.

De deur weer openen voelde als een aspirant-lidmaatschap. De rest van de dag speurde ik hoopvol naar verslavingsverschijnselen. 

>> LEES VERDER
 
GEPLAATST: 24-3-2010 | REACTIES: 0 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Maxigastcolumn voor chicklit.nl

Een diepgravend onderzoek naar de Revolutionaire Huidverzorging van de Toekomst***, jawel.

De parfumerie gaf mij testers, in de onvermijdelijke toilettas. Meestal zijn de testers die ik krijg beledigend van aard, variërend van crèmes tegen tired puffy eyes met dark circles tot spullen tegen jeugdpuistjes, maar dit keer waren ze ronduit onbegrijpelijk. Ik weet het verschil tussen een mascara en foundation, ik weet dat blush hetzelfde is als rouge en ik weet dat de Touche Eclat van Yves Saint Laurent een grote bijdrage kan leveren aan het levensgeluk. Maar dit was een toilettas vol wetenschappelijk verantwoorde smeersels waar voor mij geen touw aan vast te knopen was.

Nou kan ik erg onder de indruk raken van mensen in witte jassen die grensverleggende ontdekkingen doen, dus ik dacht: misschien is die celvernieuwingstechniek wel écht revolutionair. Misschien is het wel echt waar dat het geheim van een jonge huid in je genen zit en dat je huid al binnen zeven dagen zichtbaar verjongd* kan lijken. Want genen zorgen voor de productie van specifieke eiwitten die kenmerkend zijn voor de jonge huid. En na tien jaar onderzoek waren ze er eindelijk achter hoe je de genactiviteit** en daarmee de jeugdheidseiwittenproductie stimuleert*** en je dus voor eeuwig fris en stralend
Kortom: ik was klaar voor de Huidverzorging van de Toekomst.

(Overigens, nog even over die toilettassen. Mochten er toevallig marketingmensen van cosmeticabedrijven meelezen: misschien is het een idee om eens een ander cadeau bij zonnebrand-, nacht- en dagcrèmes te doen. Net als waarschijnlijk miljoenen Nederlandse vrouwen kom ik om in de toilettasjes. Mooie, minder mooie, grote, kleine, doorzichtige en gebloemde. Ik kan ieder cosmetica-item dat ik bezit zijn eigen toilettasje geven. Misschien kunnen we toilettassen inzamelen voor een goed doel, net als inktcartridges of oude mobiele telefoons, of er een groot Nationaal kunstwerk van maken. Maar dat dus terzijde.)

De Huidverzorging van de Toekomst zat in een klein plastic zakje, dat ik voorzichtig open moest scheuren, omdatanders het resultaat van tien jaar intensieve laboratoriumarbeid in mijn wasbak zou verdwijnen. Het was glibberig en niet makkelijk op te smeren, maar een zichtbaar verjongde* huid komt je natuurlijk ook niet aanwaaien. Ik smeerde met zachte, roterende bewegingen, zodat de poriën alles goed in zich op konden nemen (dat had ik ooit eens ergens gelezen) en had het gevoel dat ik heel goed bezig was. Niet vluchtig, niet zomaar wat haastig gesmeer, maar de dingen aanpakken bij de kern: bij de jeugdheidseiwittenproductie***.

En nu ik toch bezig was, moest ik misschien maar meteen verder met de Double Performance Cell Defence. Dit serum zou mijn zich vernieuwende huidcellen namelijk beschermen tegen 99% van de vrije radicalen en bovendien binnen vier weken zorgen voor een gelijkmatiger teint en een verbeterde huidstructuur****. En ik moest de hydratatie niet vergeten - correctie: het rechargen van de skin. Want natuurlijk hadden mijn huidcellen nieuwe energie nodig. En door de Primordinale Skin Recharge zouden de eerste tekenen van veroudering niet alleen minder zichtbaar blijken; mijn huid zou ook per direct zijdezacht en voller aanvoelen. En zo gerevitaliseerd worden, wie wil dat nou niet?

Ik smeerde alles keurig volgens de gebruiksaanwijzingen, en de volgende dag ook, en de dag erna, onderwijl denkend aan cellen die zichzelf als een gek aan het vernieuwen waren, genen die niet meer konden stoppen met het produceren van jeugdigheideiwitten en de Double Performance Cell Defence, die al die ijverige microarbeidertjes in mijn huid beschermde tegen alle slechte dingen uit de buitenwereld. Het proces ondersteunde ik met groene thee, groenten, slaap en meer van dat soort dingen waar je modellen altijd over hoort krakelen. Na een week was de toilettas leeg en voelde ik me 11, huidtechnisch dan: glad, egaal, strak en zo stralend dat ik geen lamp meer aan hoefde te doen. Tijd om het keiharde resultaat(* ** *** ****) bij genadeloos daglicht te bekijken.

Het is moeilijk om de ontluistering in woorden te vatten, maar het kwam erop neer datalles was zoals het was, en dat ik daarvoor nog een heleboel positiviteit uit de kast moest trekken. Ik wist het, ik had het moeten weten. Maar de witte jassen, het onderzoek, de serieuze verpakkingen, de woorden die zo zinnig klonken en die jeugdheidseiwitten, niet te vergeten. Ik zette de toilettas op de plank bij de andere toilettassen en bedacht me wat het slechtst was voor mijn teint: patat, mayonaise, nachtbrakend chocoladerepen eten of misschien allebei tegelijkertijd, wat maakte het ook allemaal uit. Het genot van de illusie en de keiharde smak waarmee je huidcellen daarna weer op de aarde worden gesmeten.

(Wat dit met mijn nieuwe boek te maken heeft? Niets, maar ik had het idee dat jullie mij wel zouden begrijpen, lieve lezeressen van chicklit.nl. Als chicks onder elkaar, zeg maar. De belofte, de ontluistering en een paar maanden later gewoon weer hetzelfde ritueel van voren af aan. Maar nu we het toch over mijn nieuwe boek hebben: Bakfietsblues heet het, en vanaf ongeveer 20 april ligt het in de winkels en is het uiteraard ook online te bestellen. Sterker, ik geloof dat je hem via deze site ook kunt reserveren. Het is een geestig en op sommige momenten ook best heus ontroerend verhaal over de confrontatie van mid-deriger Noor met het grotemensenleven, in een setting van Vinexzand, clubs die zo cool zijn dat ze geen naam hebben, schoolpleinen, lopende buffetten, hijgerige talkshows en een schoolmusical. Ik heb er hard aan gewerkt en hoop erg, heel erg dat jullie het met plezier zullen lezen.)  

* Getest op 34 Amerikaanse vrouwen die naar zichzelf moesten kijken in de spiegel (cosmetoklinische zelfevaluatie, noemen ze dat) en moesten zeggen of ze vonden dat ze er nou jonger uitzagen of niet.
** Getest met wat scheikundige afkortingen bij elkaar op een petrischaaltje.
*** Getest op 24 Franse vrouwen die een aantal dagen achter elkaar de Huidverzorging van de Toekomst op hun gezicht smeerden, geobserveerd door mannen en vrouwen in witte jassen.
**** Getest op 40 vrouwen die na vier weken smeren in de spiegel moesten kijken en vertellen wat ze er nou eigenlijk zelf vonden.

>> LEES VERDER
 
GEPLAATST: 23-3-2010 | REACTIES: 0 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Column voor DRIFT: brief aan Madonna
Lieve Madonna,

We moeten praten. Ik heb het maanden voor me uitgeschoven, maar ik kan er nu echt niet meer onderuit, Madge. Ga anders even zitten.

Een tijdje dacht ik dat ik gewoon bang voor je was. Voor je kabelbenen en je gerolschaats in regenboogpakjes. En je armen, niet te vergeten. Maar het bleek ernstiger te zijn. Ik heb het lang weten te onderdrukken, maar toen ik je laatste videoclip zag kon ik er niet meer omheen: ik vond je - ehm, ja - vervelend.

Ja, ik schrik er ook van. Want dit soort dingen zeg je niet over the queen of pop. En ik was fan van je, echt.

Je was cool en eigengereid en je liet ons zien dat je de wereld ook prima kunt veroveren in een puntbeha. En op een rare manier leek je me ook best aardig. Lang had ik het idee dat tijd geen grip op je had en dat je voor eeuwig 35 bleef. En als je toch oud zou worden, zou je dat sjiek doen, stelde ik me voor. Je zou boven het concept Leeftijd staan, of er een nieuwe invulling aan geven, zoals je dat ook deed met trouwjurken, seks en schoonheidspukkels.

Ik denk dat het mis begon te gaan bij de balletpakjes. Spiri-Madonna was leuk, de cowboyhoed prima, maar die balletpakjes: nee. Die waren een retro-achtig excuus om ons bang te maken met je stalen billen. Ik hoopte dat het een postmodern grapje zou zijn (‘Een discoplaat in een balletpakje, dacht je dat? Daar ben je mooi ingetrapt, haha!’), maar je bleef erin hangen. En hoe minder broeken je droeg, hoe minder verrassend je werd. Zingen aan een glitterkruis? Echt, een kruis? Again?

En toen begon de gaapfactor in te treden. Ja, ik had ook niet gedacht dat ik dat ooit over je zou zeggen, maar inderdaad: gaap. Je hoofd werd strakker en chagrijniger, je deed een Demi (knulletje Jezus), een Angelina (Benetton-kindjes verzamelen) en een Bono (op humorloze wijze ervan overtuigd zijn dat jij de redder van de wereld bent) en je recyclede jezelf, maar dan op een manier dat kinderen het eng vinden.

Het probleem is niet dat je oud bent, maar dat jij daar een probleem mee hebt. Madge, ik zeg dit met liefde, maar het is tijd. Voor een autobiografie, voor beenbedekkende kleding of het gouverneurschap van Californie, maar vooral: om te stoppen, nu het nog eervol kan. Lach eens om jezelf, als dat nog lukt met je nieuwe hoofd en overweeg een afscheidstoernee. Voordat onze herinneringen aan navels en playbackdansjes op Like a Prayer overwoekerd worden door het beeld van een krampachtige vrouw die op pezige benen achter de tijdsgeest aanrent.

Met weemoedige groet,
je Maaike
 
GEPLAATST: 1-1-2010 | REACTIES: 0 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Column voor DRIFT: de speeltuinkleefmoeder
Er komt een kind en dan is het slechts een kwestie van tijd tot speeltuinen een rol in je leven gaan spelen. En daarmee speeltuinkleefmoeders. En ze zijn met honderden, zo niet duizenden.

Omdat ik later niet van de therapeut van Tijmen (bijna 2) op mijn flikker wil krijgen dat ik hem niet zorgeloos de wereld heb laten ontdekken omdat ik hem liever verstikte in liefde, waardoor hij gedreven werd tot allerhande verdovende middelen en levenslang ongeluk, doe ik altijd mijn best om een beetje cool afstand te houden. Met een krant doe ik vanaf een bankje alsof ik hem zijn gang laat gaan, terwijl ik hem ondertussen als een havik in de gaten houd, klaar om toe te springen als dat nodig is.

Zo niet de speeltuinkleefmoeder. De speeltuinkleefmoeder kleeft zo dicht mogelijk achter haar kind aan, waardoor de speeltuin niet alleen bevolkt wordt door peuters, maar ook door moeders. Ze drentelt achter haar kind aan naar de wipkip, gaat achter de wipkip staan als het kind wipkipt, begeleidt hem naar het klimhuisje, legt uit hoe het klimhuisje beklommen moet worden, tilt hem er op en vervolgens weer af, zet de achtervolging in naar de zandbak, doet een demonstratie zandscheppen, passeert bij de glijbaan een collega-kleefmoeder, vertelt haar kind dat het hallo moet zeggen tegen het andere kind en zegt dan zelf hallo tegen het andere kind, houdt handen onder de billen van kind als hij de glijbaan op klautert en volgt het stukje omlaag alsof beneden de dood wacht.

En ik zit op het bankje en kijk naar Tijmen, die gillend naar de wipkip rent en er behendig op klimt. En als ze haar kind op het andere zitje van de wipkip helpt en vraagt: ‘Wil je met dat kindje op de wipkip? Ja? Zeg maar: hallo, kindje!’ denk ik: Laat! Dat! Kind! In! Godsnaam! TOCH! GEWOON! OP! DIE! WIPKIP!! Want hoe erg is het als hij een keertje valt?  

Oké, voordat u mij Joseph Jackson gaat noemen: ik bedoel van het eerste treetje van de glijbaan, bijvoorbeeld. En dan met van die rubberen knuffeltegels eronder. Als Tijmen op één been bovenop een klimrek balanceert, ben ik de eerste die erbij is. Zo snel dat u het niet zag, omdat u net even met uw ogen aan het knipperen was. Maar dat eerste treetje, dat mag hij van mij zelf nemen. En het tweede ook.

En ja, Tijmen valt van het eerste treetje. Op de rubberen knuffeltegels. Hij schrikt, huilt een halve minuut op volle kracht en rent daarna vrolijk gillend naar de wipkip. Vier kleefmoeders kijken mij aan alsof ik een verachtelijk loeder ben. En kleven dan weer verder, naar glijbaan, zandbak, schommel en klimhuis.

Deze column stond in Drift 3, 2009.

 
GEPLAATST: 10-1-2009 | REACTIES: 3 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Column voor Vara TV Magazine: 100% blond
Hieronder de volledige column uit Vara TV Magazine:

Ik heb kort, donker haar. Dat heeft veel voordelen: zo hoef ik het niet te kammen, the föhnen of te voeden met haarmaskers. Maar feit is dat je met een coupe als de mijne de glamour niet aan je kont hebt hangen.

U zou nu vriendelijk iets kunnen mompelen over Audrey Hepburn of Winona Ryder, maar dat zijn vrouwen die vrouwen leuk vinden, omdat ze niet bedreigend zijn. Gentlemen prefer nou eenmaal blondes. Kort, donker haar is leuk, guitig misschien, een tikje eigenwijs. Maar het moet toch echt lang en gebleekt zijn om de mannelijke speekselproductie op hol te doen slaan.

Daar kunnen ze niets aan doen, de heren: het is een Pavlov-reactie. Na decennialange inspanningen van ieder mogelijk medium is blond synoniem geworden voor verleiding, ongenaakbaarheid en broeierige fantasievunzigheid. Ook bij mij roepen legendarische blondmomenten een combinatie van reddeloze bewondering en afgunst op. Ursula Andress die uit zee oprijst, haar haar als een gouden gordijn over haar schouders. Mae West die vanachter haar peroxide krullen fleemt of dat een geweer in je broekzak is, of dat je blij bent om haar te zien. De blondine is superieur, nee, bijna goddelijk. Doet mannen uit het lood slaan en regeert zo eigenlijk de wereld. Je zou van minder een complex krijgen.

Nou ben ik ooit blond geweest, dus ik weet waarover ik het heb. Ik had hoogglanzend, golvend haar, tot halverwege mijn rug. En het was een dagtaak, dat haar. Urenlang was ik druk met het er in slowmotion doorheen halen van mijn hand, het als een oplichtende fontein om mijn hoofd laten waaieren en het negeren van scheve blikken van minder welbehaarde vrouwen. Alles wat ik deed kreeg een moddervette dubbelzinnigheid, of ik dat nou zo bedoelde of niet. Telefoonnummers accepteerde ik per dozijn, complete werkweken kon ik vullen met spannende rendez-vouszen. Blond zijn was niet een kwestie van verven, realiseerde ik me; je had het in je of je had net niet. Nooit gedacht dat het zo onweerstaanbaar was om onweerstaanbaar te zijn.

Toen ik mezelf onderweg naar het toilet tegenkwam in de spiegel en de slaap uit mijn ogen wreef, zakte de seks me echter prompt in de sloffen. Na één nacht als droomvrouw werd ik genadeloos teruggeworpen op aarde. Ik zag geen halfgodin, maar een pijnlijk normale sterveling. Met bruin piekhaar, een lege agenda en geen spoor van een innerlijke blondine. Die ’s ochtends niet een half uur eerder op hoeft te staan om haar haar te föhnen, dat dan weer wel.
 
GEPLAATST: 26-6-2007 | REACTIES: 1 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Column voor SiS: Fop-passie

Ik was laatst op een feestje in een over-hippe lounge, vol flitsende mensen uit de literatuur, media en andere interessante zaken. Stralend middelpunt was een voormalig reclameman, die zijn literaire debuut presenteerde. Aan de minimalistische bar probeerde ik me langs een man met piekhaar en een openhangend overhemd te wurmen, die woest in een notitieboekje zat te schrijven.

“Sorry,” grijnsde hij, “even een brainwave noteren.”

Ik probeerde drankjes te bestellen voor mij en mijn vriendinnen, maar de ongeschoren brainwave keerde zich naar me toe en blokkeerde mijn zicht.

“Ja, ik ben creative marketing strategy consultant, maar in mijn hart ben ik eigenlijk dichter. Deze setting is zó inspirerend.” Hij deed zijn best om me indringend aan te kijken, terwijl hij zijn notitieboekje in het borstzakje van zijn ribfluwelen colbert stopte.

“Ik verdien drie ton per jaar in de reclame,” ging hij verder, “maar dat interesseert me niets. Ik geef niet om geld en bezittingen.”

Verbaasd over deze plotselinge ontboezeming keek ik hem aan.

“Ik ben namelijk altijd een heel gewone jongen gebleven. Nog steeds op zoek naar innerlijke en intellectuele bevrediging.” Hij haalde zijn hand door zijn zorgvuldig geknipte non-kapsel, wat mij ruimte gaf om mijn bestelling naar de barman te seinen.

“Weet je, ik wil alles in mijn leven doen met hart en ziel. Ik wil leven voor creativiteit, voor verbazing, voor intensiteit. Ik wil leven voor…” hij zette zijn diepzinnige blik nog een tandje hoger, “…….schoonheid.”

Ik deed mijn best om mijn lach in te houden en keek hem serieus aan, nieuwsgierig naar het vervolg.

“Want waar het uiteindelijk allemaal op neer komt, is passie. Zonder passie kan ik niet leven. En ik weet zeker…” hij liet zijn stem nog wat zakken, “…dat jij ook vol passie zit…”

Ik slikte een opborrelende schaterlach in.

“Mensen met passie trekken elkaar aan als magneten. We zitten op dezelfde golflengte, jij en ik. Ik wéét dat jij het ook voelt.” Hij boog zich verder naar me toe, maar veerde plotseling op. “Je inspireert me zo, ik wil een gedicht over je schrijven!”

Toen het notitieblokje uit de borstzak tevoorschijn werd gehaald, vond ik het weer hoog tijd worden voor mijn gezelschap. Mijn gesprekspartner keek me verbouwereerd na; waarschijnlijk beledigd omdat ik niet van plan was om met hem mee naar huis te gaan voor een partijtje passie. Grinnikend balanceerde ik met mijn drankjes door de drukte. Passie als fashion statement, een nonchalante bohemien-look bij elkaar geshopt op de PC Hooft. Fop-passie!

2005, SiS

 
GEPLAATST: 6-6-2007 | REACTIES: 1 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Genetisch cool

Ik ben jong. Ik ben cool. Ik woon in Amsterdam. Ik ben dus vanzelfsprekend op de hoogte van the places to be in onze bruisende hoofdstad. De stad waar alles gebeurt. De stad die nooit slaapt. Ik weet precies in welke cafés ik moet zijn en ik weet precies welke netkousen en neon truitjes ik deze maand moet dragen.

Stiekem berusten deze uitspraken niet helemaal op de waarheid. Mijn vriendin L. weet, in tegenstelling tot mij, wél precies hoe het hoort. Ze wil dan ook altijd naar de Nieuwezijds Voorburgwal, thuisbasis van creative marketing strategy consultants mensen die iets met TV doen. En die kunnen het weten. Vandaar dat ik vorige week belandde in café Diep.

Toen ik mijn jas uittrok, wierp L. direct een goedbedoelde misprijzende blik op mijn outfit (“Kan die broek niet ín die laarzen?”) en trok ze haar ultrakorte rokje en beenwarmers recht. Ik was zelf redelijk tevreden over mijn kledingkeuze, maar L. verzekerde me ervan dat ik de plank behoorlijk misgeslagen had. Een spijkerbroek kan, maar dan wel in uitzonderlijk laag heupmodel of gecombineerd met een neonkleurige slobsok. En op mijn shirt had in ieder geval een tekst gemoeten als ‘Patty Brard is a slut’ of ‘consumerism sucks’.

Toen ik om me heenkeek, begreep ik waarom ik een beetje uit de toon viel. Ik blader wel eens door van die leuk bedoelde modereportages in tijdschriften, maar je verwacht toch niet dat mensen dat dan ook écht aan gaan trekken? Ik voelde me als een hip-antropoloog op trend-safari. Ik stond middenin een jungle van zorgvuldig geblondeerde meisjes met slobsokken, groengestipte rokjes en witte pumps en jongens met gehighlight haar in hysterisch gekleurde overhemden met omhooggestoken kragen. Ik vroeg me af: hoe weten al die mensen wat kan en wat niet kan? Hoe houden ze bij wanneer matjes uit zijn en beenwarmers in? En wat is de rangorde? Hoe meer zweetbandjes, hoe cooler je bent?  Ik voelde een lach in me opborrelen. Ik lachte, ik kon niet ophouden met lachen. Ik lachte tot ik er buikpuin van kreeg, en in de tussentijd stonden de gehighlighte kuifjes en de beenwarmers om me heen me vol onbegrip aan te kijken (hard lachen is zó 2001).

Ik kon niet anders concluderen dat ik genetisch hip ben. Aangeboren cool. Daar hoeft geen beenwarmer aan te pas te komen.

Strictly Magazine, 2004

 

 
GEPLAATST: 5-6-2007 | REACTIES: 1 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Echte Mannen

Sinds veel mannen om me heen het vaker over kleding, yoga en haarmaskers hebben dan over voetbal, auto’s en mooie vrouwen, en steeds meer vriendinnen het leuk vinden om autobanden te verwisselen en naar Formule 1-wedstrijden te kijken, ben ik de draad een beetje kwijt.  

Na weer een avond waarop ik een geföhnde soapster ervan moest overtuigen dat zijn kont er écht niet dik uitzag in die broek, en een goed gesprek over de geneugten van het harsen van borsthaar, liep ik de buurtkroeg van mijn Liefde binnen -man zonder yogamatje en mascararoller- voor nog één laatste drankje. Ik viel midden in een gesprek over de nieuwe Maserati Bladiebla (“van nul naar honderd in twee seconden!”), dat als vanzelfsprekend overging op de Champions League-competitie (“Grasmat lag er mooi bij”) en de laatste verovering van de barman (“Zeven min”). In plaats van onderuit te hangen in te hippe lounge-fauteuls, stonden de stamgasten aan de hoek van de eikenhouten bar, jassen nog aan, glazen in hun handen geklemd. Het bier werd in zo’n rap tempo aangevoerd dat mijn laatste drankje een steeds laatster drankje werd, hompen kaas kwamen voorbij en de CD-speler speelde voor de zevende keer iets Bruce Springsteen-achtigs.

Tijdens mijn negende allerlaatste biertje kwam het gesprek op en gevoelig onderwerp: de liefde.

“Weet je wat het altijd is met die vrouwen?” zei de stamgast aan mijn linkerhand. “Ze willen altijd praten na de seks. Ik bedoel, als ze nog niet moe zijn wil ik best nog een keer neuken, maar práten?”

Ik knikte begripvol, de stamgasten knikten mee.

“Laatst had ik er weer zo één. Waarom bel je me nooit? zegt ze. Ik zeg: je weet toch dat ik dat niet doe? Ze hield maar niet op. Je hebt helemaal geen aandacht voor me! roept ze. Ik zeg: óf neuken, óf deruit. Als je nu niet ophoudt, moet ik toch echt de brandweer bellen!”

Verontwaardigd sloeg hij zijn bier in één keer achterover en parkeerde het glas met een resolute klap op de bar. De rest bromde begripvol.

“Ach, vrouwen,” zei een collega-stamgast met een bemoedigend klopje op zijn schouder, “je ken beter kippen houwen.”

Grijnzend bestelde ik nog maar een allerlaatste rondje. De buurtkroeg van mijn Liefde is grappiger dan welk champagne-overgoten feest dan ook. Yoga en vitamine-cremes? Dacht ‘t niet, hier. Zolang sommige mannen nog denken dat een haarmasker hetzelfde is als een motorhelm, is er nog hoop voor deze wereld.

Strictly Magazine, 2003

 

 
GEPLAATST: 7-5-2007 | REACTIES: 2 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Volgende pagina Laatste pagina
 
 
Nieuws en Pers
Weblog
Columns
Interviews
Podcasts
Portfolio copy en concept
Reportages en trendstukken
Sex and the polder
 
  Bakfietsblues
Maaike Schutten
 

Noor is vijfendertig en werkt bij de snelste talkshow van Nederland. Ze heeft een vriend (Max), een kind (Junior) en sinds kort zelfs een hypotheek. Het leven loopt voor hen op rolletjes tot ze in een vlaag van verstandigheid hun miniatuuretage in de stad verruilen voor een huis met drie verdiepingen en een tuin in een nieuwbouwwijk Maar Noor is niet op haar plek in de aangeharkte vinexwereld vol superouders met bakfietsen. Ze stort zich op haar werk en duikt in het nachtleven. Met haar collega’s stroopt ze de hotspots van de stad af, ze drinkt te veel, slaapt te weinig en haar mooi-weer-relatie met Max komt onder druk te staan. Ze doet er echt álles aan om te bewijzen dat ze nog genoeg wilde haren heeft…

'Vlot geschreven zedenschets.' Trouw

'Humoristisch en snel geschreven [...] rake beschrijvingen van hippe ouders.' De Telegraaf

'Maaike Schutten schetst een herkenbaar beeld in haar boek.' Veronica Magazine

'Dit is tot op heden één van de leukste boeken die op about:blank is terecht gekomen. En verdient oprechte aanbeveling om in het verlanglijstje voor de verjaardag of vakantie te worden opgenomen.' - aboutblank.nl 

'Prettig leesvoer.' - Marie Claire 

'Maaike Schutten bezingt de tijdsgeest van de grote stad.' - De Pers

'Leest lekker weg en vooral: is humoristisch.(...) Wat wil een mens nog meer?'  De Standaard

'Dit verhaal zou iedere moeder moeten lezen. Omdat het een ontroerend en tegelijk hilarisch beeld van het ouderschap schetst. En omdat het zo herkenbaar is voor al die moeders die de illusie van jeugd en vrijheid zo lang mogelijk willen vasthouden...' - Standaard Boekhandel

'Een absolute aanrader!' - Ze.nl 

'Bakfietsblues ontstijgt chicklit.' - CJP Magazine 

'Lekker vlot en vol humor geschreven.' - Yes 

'een absolute must read' ***** Vijf sterren. Chicklit.nl

'Haar typeringen en observaties zijn scherp en bieden een spottende blik op het dagelijks leven anno 2010. (...) En dat geeft soms een ongemakkelijk gevoel en soms een lach van herkenning.' - Het Moederfront 

 
 

 

Overzicht meest recente berichten