Actueel Agenda Over Maaike Schutten 15 minuten Contact
 
 
 
Columns (1 tot 10 van 20)
Column voor Runners' World: meneer Cooper

Een beetje psychotherapeut zal vertellen dat zo goed als alles terug te herleiden is naar de jeugd. Ik hou daarvan. Ik hou van het idee dat mijn moeizame start als hardloper niet door mij komt, of mijn onsportiviteit, of mijn gebrek aan doorzettingsvermogen, maar door een man in trainingspak zonder haar of gevoel en met zo’n seriemoordenaarachtig litteken op zijn wang. Hij noemde zichzelf gymleraar, maar eigenlijk was hij drill instructor met als doel om zoveel mogelijk pubers paarsaangelopen naar Frans of Aardrijkskunde te sturen.

Zo schiep hij er genoegen in om ons zo nu en dan te onderwerpen aan een voor militairen uitermate geschikte variant van de Coopertest. Ik had er tot dit schrijven overigens nooit bij stilgestaan dat de Coopertest ook daadwerkelijk uitgevonden was door een meneer Cooper, die toen hij af wilde vallen toevallig ontdekte dat het binnen 12 minuten lopen van een zo groot mogelijke afstand een prima manier was om de conditie te testen. Onze gymleraar vond het echter een beter idee om ons binnen een zo lang mogelijke tijd zo hard mogelijk zo veel mogelijk rondjes rond de vijver bij onze school te laten lopen. Daar ging ik dus, op mijn tennisschoenen van Scapino zonder enige vering of comfort, rennend voor mijn leven, omdat er vanuit het gras dingen werden geroepen als ‘IS DAT RENNEN?’ en ‘MIJN SCHOONMOEDER KAN NOG HARDER DAN DAT!’. De eerste rondjes hield iedereen nog wel vol, maar als er ‘HIJGEN IS VOOR HONDEN!‘ geroepen werd, wist je dat het een slijtageslag begon te worden - en wist ik dat mijn Scapinoschoenen en ik daar onderdeel van waren. Ik keek dan naar het kabbelende water en probeerde mezelf dingen wijs te maken over gaan met the flow, terwijl naast me ‘RENNEN! JE BENT TOCH GEEN MEISJE?’ gebruld werd en mijn milt met veel gevoel voor drama explodeerde.

Toen ik laatst langs het water liep waar ik altijd loop en nadacht over stromen op de golven van het leven en meer van dat soort flauwekul, realiseerde ik me dat ik me diep in mijn hart altijd een sukkel op Scapinoschoenen ben blijven voelen. Ik zoomde uit, zag mezelf best soepel voorbij veren en bedacht me dat ik die rondjes rond de vijver nu rauw zou lusten. En de gymleraar erbij, met een beetje peper en zout. Een beetje psychotherapeut zou hier een variant op Freuds vadermoord in zien. Gymleraarmoord.

>> LEES VERDER
 
GEPLAATST: 28-9-2011 | REACTIES: 0 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Volkskrant: verstand

Mijn laatste Aaf BC-zwangerschapsverlofvervangingscolumn:

Een van mijn favoriete fantasiebanen is het commentatorschap bij aan elkaar gemonteerde tv-programma’s over de jaren zoveel of het fabuleuze leven van willekeurige beroemdheden. Gezeten voor een wandje zou ik met een brede lach vertellen over de favoriete tijdbesparingstips van Gwyneth Paltrow (bilversterkende oefeningen met een haarmasker in), het al dan niet dood zijn van Michael Jackson (laatste stand van zaken: hij ontvlucht zijn financiële misère in de bunker die Elvis vlak voor zijn ‘dood’ onder Graceland bouwde) en het wel en wee van Justin Bieber.

Niet dat ik iets weet over Justin Bieber, maar dat doet er ook niet toe. De voornaamste taakomschrijving van de pratende hoofden, die bij elkaar gegraaid zijn uit tijdschriftredacties en bestanden met werkloze komieken, is het doen van lukrake statements en het daarbij roepen van ‘Oh. My. GOD!’. En laat ik nou zelf ook een vrij aardige oh-my-GOD in huis hebben.

Verstand van zaken is bij programma’s aan tafels en voor wandjes ook helemaal niet nodig, constateerde een Amerikaanse psycholoog met waarschijnlijk dezelfde fantasiebaan als ik al eens. Jarenlang vergeleek hij commentaar en voorspellingen van beroepsexperts in de media met dat van willekeurige mensen. En wat bleek: de ondeskundigen waren minstens zo deskundig - of soms zelfs beter. Niet gehinderd door tunnelvisie of de peilloze diepte van hun kennis gokten ze gewoon op wat hen het meest waarschijnlijk leek.

Het duurde lang tot ik in de gaten had dat dát natuurlijk de reden was dat De Wereld Draait door Chazia Mourali liet praten over opera, Arie Boomsma over Charlie Sheen en Felix Rottenberg over wat verder ter tafel komt. Een benadering met een zee van mogelijkheden. Want hoe ziet Sylvana Simons de politieke toekomst van Berlusconi, wat is volgens Jeroen Krabbé het geheim van Lady GaGa en heeft Arend Jan Boekestein geen oplossing voor Libië? En bij twijfel kan er altijd teruggevallen worden op Rob Oudkerk of een hoofdredacteur naar keuze.

Het lijkt me echt iets voor Jack de Vries om dit binnenkort eens uit te leggen aan Matthijs van Nieuwkerk. Na mijn analyse van het werk van Justin Bieber, als het even kan.

>> LEES VERDER
 
GEPLAATST: 13-6-2011 | REACTIES: 0 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Strakke broeken

Een column voor Runners' World over glanzende, zwarte, keihard stretchende hardloopbroeken. 

Toen ik begon met lopen, deed ik dat in een tricot geval dat het dichtst in de buurt komt van een joggingbroek. En eigenlijk doe ik dat nog steeds. Ik heb een gewone en een iets minder gewone, maar die minder gewone kan eigenlijk alleen als het niet te tochtig is rond de enkels.

Maar Maaike, waarom schaf je dan niet zo’n aerodynamische, zweet opslurpende en tegelijkertijd warmtevasthoudende hardloopbroek aan, vraag je je nu natuurlijk af. Nou, dat zit zo. Ik ben altijd in de veronderstelling geweest dat er een soort kastesysteem bestaat op loopkledinggebied. Je begint in een gênant pak, opgediept uit een onvermoede hoek van je kledingkast, upgradet datals je na een tijdje niet meer rood aangelopen thuiskomt en dan, op een dag, als je achterstevoren hinkelend een marathon doet, ben je klaar voor een semiprofessioneel wedstrijdtenue met spandex en vinnen op de rug, en zo. Of van die glimmende marathonbroekjes, waarvan ik altijd bang ben dat er van alles tevoorschijn fladdert, maar dat zal ongetwijfeld ook allemaal ten bate van de aerodynamica zijn.

De hele crux van dit veronderstelde kastesysteem is dat je niet te snel moet proberen van de ene kaste naar de andere over te stappen, omdat je dan de lopende equivalent wordt van een in zeemleer vacuüm getrokken toerfietser, die zich na een kilometer of twee met zijn geaccentueerde hebben en houden op een terras laat zakken voor een kopje koffie, om een half uur later zo traag verder te gaan dat je denkt: man, had gewoon je bandplooibroek aangehouden. Een sportkledingversie van doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg-gedachte, ondersteund door beelden uit mijn onderbewustzijn van gevorderde lopers in fladderende sportkleding als Rocky (in grijs joggingpak en op All Stars, godbetert), Madonna en een aantal Kennedy’s (in trainingsbroek).

Maar zoals dat wel vaker gaat, was ik de enige die in deze veronderstelling verkeerde. Speurend op straat naar tricot zag ik enkel mijn eigen benen, verder voorbijgelopen door gestroomlijnde mensen in ongetwijfeld allerlei wonderen verrichtende microfibers. En over de ballerinolook zat zelfs mijn buurtgenoot de sportpresentator niet in, die zijn glanzend geaccentueerde hebben en houden uitgebreid mee uit ontbijten nam. (En dan heb ik het nog niet eens gehad over de niet nader te noemen politicus.)

Welbeschouwd het dus mijn diepste angst om een man van middelbare leeftijd in zeemleren pak te zijn. Misschien moet ik daar eens met iemand over praten.

>> LEES VERDER
 
GEPLAATST: 12-6-2011 | REACTIES: 0 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Volkskrant: Piratentaart
Mijn Aaf BC-zwangerschapsverlofvervangingsdienstcolumn van afgelopen woensdag:

Ik loop een beetje voor op Aaf, babygewijs dan. Daarom zat ik afgelopen zomer regelmatig en in steeds dikkere toestand in de wachtkamer van de verloskundigenpraktijk. Omdat ik soms recalcitrante dingen schijn te roepen bij het lezen van jongemoederlectuur met koppen als ‘Mijn keizersnede: mijn hel’ en ‘Zo maak je een piratentaart!’, concentreerde ik me op het prikbord vol geboortekaartjes met de namen van de nieuwe inwoners van mijn postcodegebied.

Zoals dat dan vervolgens gaat, raakte ik licht geobsedeerd en ging ik met notitieboekjes in de hand op zoek naar grote lijnen en andere verbanden. Zo bleek er een groep met doorgevoerde retronamen als Ot en Sien en een veel grotere met wilde conceptnamen als Raaf, Boks, Skipper, Merlot en Hunk. Voor Ot en Sien zag ik nog wel een toekomst, zij het een moeilijke, maar het leek me dat Boks, Hunk en hun vrienden over dertig jaar gekwalificeerd zouden worden als dolende generatie. Je dochter Merlot noemen vond ik wel een erg typische manier om de levensbestemming te sturen en het feit dat mensen je ofwel vragend aankijken, ofwel in de lach schieten als je je voorstelt leek me niet bevorderlijk voor je zelfbeeld. Tevreden over deze analyses klapte ik dan mijn Moleskine dicht en waggelde het verloskundigenkantoortje in.

Ik moest hier aan denken toen ik vrijdagavond met een aantal schrijvers rond een tafel stond vol dozen wijn en zelfbereide pastasalades. Aanleiding - naast de dozen - was een literaire stichting die benieuwd was of we misschien een stroming waren, of een generatie. Het opperen daarvan in de uitnodiging bleek de literaire equivalent van een piratentaart en reacties kwamen neer op ‘ho ho’ en ‘ik hoor nergens bij, hoor’. De gedachte aan analyses en kruisverbanden met Nix of X of Y deed ons eensgezind benadrukken hoe verschillend we waren qua stijl, thematiek, publiek en haardracht. ‘Stromingen vind je in een rivier,’ mompelde een zojuist gedebuteerde schrijver. Iemand opende nog een fles en tevreden constateerden we hoe individuen als wij toch onmogelijk over wat voor kam dan ook geschoren konden worden. Maar goed, daar is onze generatie natuurlijk wel een uitzondering in. 

>> LEES VERDER
 
GEPLAATST: 25-5-2011 | REACTIES: 0 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Runners' World: Lente
Een column voor Runners' World die ik begin februari schreef, toen het Tahirplein plots vol betogers stond.

In het vliegtuig had ik de hele column al bedacht. Ik ging het hebben over de zon. Hoe fijn het is om ’s ochtends langs het strand te lopen, na al die sneeuw en grijze wolken en andere winterse ellende waar ik me maar niet overheen kan zetten (serieus, ik verheug me al sinds november op de lente. Je niet meer inpakken met winddichte thermotoestanden en rare mutsjes, niet meer die snijdende wind in je gezicht, maar gewoon je schoenen aantrekken en de deur uit gaan, naar een wereld die er vrolijk uitziet en aangenaam aanvoelt). Stukje heen, stukje terug, op het einde een slalom tussen die leuke rieten parasolletjes door en dan bij een ontbijt met hysterisch vers fruit verzuchten waarom alle werelddelen zich in godsnaam niet gegroepeerd hebben rond de evenaar, zodat het gewoon overal vijfentwintig graden kon zijn. En of dat niet alsnog geregeld kan worden, ik bedoel, we sturen mensen naar de maan, verdorie. En o ja, hoe irritant het is als er thuis allemaal zand in je vakantietas zit, omdat je je schoenen zomaar tussen je spullen gegooid hebt. Daar ging ik het dus over hebben.

Zesendertig uur later vlogen we weer terug. Onrusten in een paar steden breidden zich uit naar het hele land, grote demonstraties werden hoopgevend, hoop werd uiteengeslagen tot vertwijfeling en nog meer onrust en wij namen de boot naar Texel, ver boven de evenaar. Een graad of vier en mogelijk stevige windstoten, volgens Gerrit Hiemstra. De tv bracht ons live naar het plein. Dichterbij dan toen we daar waren, tussen de mensen, de stenen, de chaos.

Weer thuis vond ik nergens zand. Mijn schoenen had ik zomaar tussen mijn spullen gegooid, maar het strand waren we niet opgeweest - die windstoten van Gerrit. Tijdens het vertrouwde rondje Havengebied werden mijn fantasieën over zonovergoten sprintjes van een week eerder bij iedere stap onbenulliger. Vrolijk rennen ja, tussen de parasolletjes van een zorgvuldig geconstrueerde vakantie-idylle, langs een baai geschapen door dynamiet, in een luchtbel in een land dat zich probeert te ontworstelen aan een man met  zo zijn eigen ideeën over democratie en hoopt op iets nieuws, iets beters, hoe dat er ook uitziet.

Voor de lente waar ik op hoop, hoef ik de straat niet op. Die lente komt wel, die lente komt altijd. En tot die tijd doe ik gewoon een winddicht thermoding aan. En een raar mutsje op.

>> LEES VERDER
 
GEPLAATST: 13-4-2011 | REACTIES: 0 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Walvissen

O ja: mijn column uit De Volkskrant van afgelopen woensdag. 

 Ik kan me vreselijke zorgen maken om mensen die ik nooit zal ontmoeten. George Michael bijvoorbeeld, net verlaten door een verkering die niet meer tegen zijn geblow kon, waardoor George natuurlijk alleen nog maar verder wegzakt in de poel des verderfs. Of Jan-Peter Balkenende, die nu bij een consultancykantoor PowerPoints maakt, in plaats van de wereld te redden als een heuse Djeep de Hoep Skeffer. (Om Charlie Sheen maak ik me overigens niet zo druk; die weet me voor een gek net iets te goed waar hij mee bezig is. Maar dat terzijde.)

Nou kan ik weinig aan die zorgen doen: het is allemaal wetenschappelijk verklaarbaar. Het brein heeft een kaartenbakje voor gezichten die je vaak ziet, in het echt of via welk medium dan ook. En bij het waarnemen van iemand uit dat bakje zendt het automatisch empatische signalen uit, zodat je die emoties niet meer aan hoeft te zetten. Service van de zaak, zeg maar. Gevolg daarvan is dat ik me meer zorgen maak om Ferry Mingelen (staat hij nou al weer op dat plein? Moet hij niet eens naar huis?) dan om mijn tweede buurman van links.

Uit de media is bij mij ook niet uit het hart. Ik ben bijvoorbeeld nog steeds druk met de relatieproblemen van Martijn Krabbé. Even kort: Martijn was met Amanda, maar er pakten zich wel erg donkere wolken samen boven hun huwelijk, om maar eens met RTL Boulevard te spreken. Dat Martijn een paar maanden geleden in een ander huis ging wonen, betekende echter niet dat ze gingen scheiden. Ze gingen zichzelf terugvinden, wat voor Martijn betekende dat hij zich stortte op de v-hals en voor Amanda dat ze walvissen ging redden bij Tasmanië. Toen het daarna stil werd, begonnen mijn zorgen pas echt warm te draaien. Want keten je je boot dan vast aan een walvis? En was dat mannendecolleté echt een goed idee?

Zo toetste ik laatst, meegesleept door de vraag hoe het nou zometeen verder moet na het walvissenintermezzo, drie keer de verkeerde pincode in. Ik vond dat vrij inefficiënt van mijn brein, maar ook dat is vast wetenschappelijk verklaarbaar.

>> LEES VERDER
 
GEPLAATST: 13-3-2011 | REACTIES: 0 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Column voor Runners' World: bekentenissen van een koptelefoonloper

Maandelijks schrijf ik over mijn verwoede pogingen om een serieus te nemen hardloper te worden.

In het zich in normaal tempo voortbewegende leven vind ik - zonder enige bescheidenheid - dat ik een vrij geweldige muzieksmaak heb. Vroeger, toen ik het relativeren nog maar matig beheerste en het bezitten van een Bon Jovi-cd als een misdaad zag, ging ik daar zelfs prat op. Dat is heel leuk tijdens het werk, in de auto en om indruk te maken op de gelijkgestemde medemensch, maar tijdens het lopen heb ik daar helemaal niks aan.

Tijdens mijn eerste hardlooppogingen gebruikte ik de Trainer Lite-app op mijn iPhone. Voordeel daarvan was dat de blikken stem van de aanwijzingenmevrouw dusdanig streng was dat ik - gezagsgetrouw als ik ben- haar instructies braaf opvolgde (run-for-five-minutes, come on, chop chop), maar nadeel was dat je er geen muziek bij kon draaien en ik overgeleverd was aan het geluid van mijn voetstappen en het kraken van mijn hersenen. En alleen met mijn gedachten, dat werkt voor mij dus niet. Dan tollen mijn gedachten van de Midden-Oostenproblematiek naar de relatieproblemen van Martijn Krabbé en bedenk ik opeens een essentiële wending voor mijn boek en heb ik natuurlijk geen notitieboekje bij me, waardoor ik het zo krampachtig probeer te onthouden dat ik het vergeet en baal ik daar de rest van de route van.

Een muziekje erbij, dus. Vorige maand vertelde ik al over mijn voorliefde voor kerstliedjes, maar dat is natuurlijk niet eeuwig vol te houden. En het gangbare recept van melancholische gitaarbandjes, neo-americana-meneren en zwampende jaren ’70-soul doet niks voor je benen, merkte ik proefondervindelijk. Sterker, het doet de benen doodslaan als een biertje in een vet glas. Het complete oeuvre van Britney Spears wordt door mijn gestel echter uitstekend ontvangen. En het werk van Michael Jackson in de laatste stadia van zijn neus. En een selectie uit het werk van de heren Stock, Aitken & Waterman, bij voorkeur met Rick Astley erin. En - ik durf het bijna niet te zeggen - the Backstreet Boys. De soundtrack van mijn voeten. Wat zegt die over mij? Dat ik het blijkbaar het gevoel moet hebben dat ik in een komische hardloopfilm zit, met spitsvondige dialogen over de aërodynamica van veters en voorbijgangers die spontaan in Glee-achtig gedans uitbarsten. Rondje Havengebied, the musical.

Alleen met mijn gedachten, die gedachten laten wegebben in het niets en dan met een leeg hoofd thuis komen, als een zenboeddhist met conditie. Ik zou het zo graag willen. 

>> LEES VERDER
 
GEPLAATST: 20-1-2011 | REACTIES: 0 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Column voor Runners's World: Maaike Leert Lopen (deel 5)

Deze maand in Runners' World: over stretchgene. 

Aanvankelijk vond ik het wel wat hebben. Het idee dat je spieren aangedraaid zijn, zover dat je je benen niet helemaal meer kunt strekken. Tot de ontdekking komen dat ze zitten op plekken waar je ze nooit had vermoed: in je hak, bijvoorbeeld, of je oren. Strakke spieren geven de illusie van strakheid, doen vet veranderen tot een detail ergens in je achterhoofd. Fijn extraatje is het gevoel dat je hard gewerkt hebt. Geleden hebben en daarna nog een beetje nalijden.

Maar als je midden in de nacht wakker wordt en omdraaien niet meer goed lukt, is het toch niet meer zo heel leuk. Dat lopen gaat best aardig, vind ik zelf. Ik bedoel, als ik van een afstandje naar mezelf kijk (een combinatie van een hopelijk realistisch voorstellingsvermogen en the occasional spiegelende ruit) ben ik nauwelijks meer te onderscheiden van de veteranen uit de buurt, zeker sinds ik normale renkleren draag. Maar dat stretchen, dat stretchen.

Probleem is namelijk dat ik een stretchdrempel heb. Ik ben bang dat ik het helemaal verkeerd doe - en dan net zo overdreven als de Aanstellerige Stretchter die vaak bij de brug bezig is met een combinatie van ballet, pilates en performance art. Daarbij trekt ze een ooh-let-maar-niet-op-mij-ik-sta-gewoon-te-stretchen-hoor-gezicht en doet alsof ze niet ziet hoe voorbijgangers kijken hoe haar billen strakbollen in haar broek. Of hoe haar borsten tegengehouden worden door haar rentop.

Maar als de nood aan de vrouw komt, is er gelukkig altijd nog het internet. Instructies heb ik nodig, het liefst met plaatjes. Of filmpjes, want daar blijkt YouTube vol mee te staan (zoek eens op ‘Gerard Meijer’ en ‘Intersport’, de tv-belofte voor de toekomst, ik zeg het je. Oh, en Katrina van diet.com). Als ik alleen thuis ben, doe ik de tips na naast mijn bureau. En nog een keer. Bij de derde keer voel ik me al minder belachelijk en bij de vierde keer geneer ik me bijna niet meer om met een geconcentreerd gezicht te ademen, want goed ademen is belangrijk, dat zegt iedere site.

Tijdens mijn volgende rondje probeer ik een paar oefeningen bij de brug en doe mijn best op een ooh-let-maar-niet-op-mij-ik-sta-gewoon-te-stretchen-hoor-blik. Ik kan niet zien of voorbijgangers kijken naar mijn billen, die straks minder strak voelen, maar dat hopelijk wel ooit worden. Of de situatie in mijn rentop.

>> LEES VERDER
 
GEPLAATST: 13-10-2010 | REACTIES: 0 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Runner's World 3 - Het Weerkanaal (geeft het weer)

Een nieuw oud stukje over mijn beginnershardloopperikelen, geschreven voor Runner's World. Een tijdje geleden geschreven - ik ben nu even te zwanger om nog met meer dan 0,2 kilometer per uur vooruit te komen. Maar daarover ongetwijfeld later meer.

Ik loop dan tegenwoordig wel leuk en al best geroutineerd mijn rondjes door de buurt, maar ik loop er niet al te best bij. Ik draag ofwel een joggingbroek en een t-shirt van Het Weerkanaal (‘geeft het weer’), ofwel een legging en een t-shirt van Het Weerkanaal. De sokken zijn van mijn wederhelft en de schoenen heb ik ooit getest voor een ander blad. Ze zouden door ingenieuze zoolvorming zorgen voor strakke billen, maar dat werkte vooral tussen de oren.

De eerste weken was ik te druk met mijn toetreding tot de buurtlopersgemeenschap om daar bij stil te staan. Ik was al lang blij dat ik een subtiel knikje kon voortbrengen tijdens het passeren, in plaats van het rood aangelopen gepomp met mijn hoofd van daarvoor. Of - nog beter - een blik van verstandhouding kon uitwisselen; zo’n vluchtige, maar bemoedigende. De hardloopequivalent van vrachtwagenchauffeurs die naar elkaar toeteren. Maar toen ook dat weer wende, werd ik me ervan bewust dat de blik van verstandhouding vaak omlaag ging. Naar het t-shirt van Het Weerkanaal (‘geeft het weer’), de joggingbroek en de grijze herensokken met het zwarte streepje langs de bovenkant. Kortom: het was hoog tijd om te renoutfitshoppen.

Ik dacht zelf aan een pak sportsokken, net zo’n aërodynamische zwarte broek als mijn nieuwe renvrienden en een t-shirt zonder slogan van Het Weerkanaal. Eenmaal in de sportwinkel werd echter al snel duidelijk dat het zo makkelijk niet was.

Bij de broeken kon ik kiezen voor warmtevasthoudende materialen of juist voor strategisch geplaatste zoned cooling, die de rise van de core body temperature afremde voor greater performance in hot conditions (handig bij het lopen in de Sahara). Tegen rondcirkelende verkopers die er stuk voor stuk uitzagen alsof ze net terug waren van het WK Athletische Toestanden probeerde ik zo casual mogelijk te zeggen dat ik gewoon even aan het rondkijken was, terwijl ik de NASA-taal op me in liet werken, zodat ons onvermijdelijke gesprek straks niet meteen dood zou lopen. Alle T-shirts waren sowieso vochtafvoerend en ofwel gemaakt van de soepele push-pull vezel die het transpiratievocht actief naar zich toetrekt en afvoert (waar naartoe?), ofwel voorzien van poortjes waarin koptelefoons en ongetwijfeld ook allerhande andere gadgets verstopt konden worden. En dan was ik nog niet eens toegekomen aan de sokken.

‘Kan ik u helpen, mevrouw?’ vroeg één van de atleten vriendelijk.
Vertwijfeld schudde ik mijn hoofd alle kanten op.
Dat lopen een way of life is, bleek een stuk veelomvattender dan ik dacht.
 

>> LEES VERDER
 
GEPLAATST: 12-7-2010 | REACTIES: 0 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Runner's World: Maaike leert lopen (deel 2)

Een rubriek in hardloopglossy Runner's World, waarin ik als renleek probeer te leren hardlopen. Hier column 2.

Het onwaarschijnlijke is gebeurd: na jaren staren naar de voorbijdravende hardlopers in mijn stad ben ik zelf ook toegetreden tot het lopersgilde. Een paar keer per week gaan de personal iPhone-coach en ik de straat op voor een intervalrondje door de buurt.

Soms voelt het alsof ik in een toneelstuk zit waarin ik een hardloper speel, maar minstens zo vaak voelt het al best echt. Kijk mij eens lopen. Ik loop dan wel niet zo cool, die geroutineerde souplesse heb ik nog lang niet bereikt (‘mag ik al weer gewoon lopen, Trainer Lite? Halve minuut nog? Oké. Tien, negen... pffffff, húúúúhhhh’!), maar toch. Ik loop. Mijn vaste rondje linksom, mijn vaste rondje rechtsom. Ik zoek de cadans, knik naar mijn toch wel wat beter geklede collega’s en na een minuut of twintig stretch ik tegen de voordeur zoals ik denk dat ik dat zou moeten doen. Op feestjes zeg ik nonchalant dat ik tegenwoordig ook loop. Want rennen, dat doen lopers natuurlijk niet.

Af en toe, in een overmoedige bui, denk ik wel eens: hé, doe eens gek. Laat ik een ander rondje doen. De routine doorbreken, de gebaande paden verlaten. En dan kom ik terecht op de weg langs het water.

Pas als ik er ben, realiseer ik me dat ik eigenlijk bang ben voor de weg langs het water. Hier lopen namelijk de Echte Lopers. Stuk voor stuk kunnen ze ontzettend hard en op hun gezichten is geen spoortje pijn te zien, of vermoeidheid, of wat voor inspanning dan ook. Links en rechts zoeven ze langs me heen op hun superschoenen en in hun aërodynamische pakken en ik voel me weer de amateurspetteraar van acht die per ongeluk in de baan van de wedstrijdzwemmers is gesprongen. Ik probeer het ritme te hervinden en gewoon door te gaan in mijn joggingbroek en de oude sokken van mijn wederhelft, maar wil het liefst onder water duiken, waar niemand me ziet.

Vorige week zag ik een foto van Fred Teeven in de weekendbijlage van de krant, zijn logge lijf soepel stretchend op de weg langs het water. Hij droeg een pak dat er zo geavanceerd uit zag dat je er ongetwijfeld ook mee naar de maan kunt en keek alsof hij nog dagen aan één stuk door kon draven. Op de volgende foto at hij voldaan een boterham met pindakaas.

Het wordt tijd voor een serieus hardlooppak. 

>> LEES VERDER
 
GEPLAATST: 2-6-2010 | REACTIES: 0 | REAGEER OP DIT BERICHT | RSS FEED
 
 
Volgende pagina Laatste pagina
 
 
Nieuws en Pers
Weblog
Columns
Interviews
Podcasts
Portfolio copy en concept
Reportages en trendstukken
Sex and the polder
 
  15 minuten - midprice
Maaike Schutten
  Alex is Accountmanager bij reclamebureau VOGH/JJGP en dartelt rond in het circuit van openingsborrels, klassieke auto's, de bladen, hippe goede doelen en tweedehands kleding die vintage heet als er te veel geld voor gevraagd wordt...
 
 

 

Overzicht meest recente berichten